KLASSENSTRIJD 2026

 6,00

    Het wetenschappelijk bureau van de SP presenteert op 1 mei met Klassenstrijd 2026 opnieuw zijn jaarlijkse analyse van de stand van de klassenstrijd in Nederland. In dit rapport wordt gekeken naar de veranderende machtsverhoudingen tussen werkende mensen en mensen die hun geld laten werken. Klassenstrijd 2026 biedt daarmee een breed overzicht van economische ontwikkelingen, politieke keuzes en ideologische frames die bepalen wie profiteert van onze economie en wie de rekening betaalt. Met het rapport levert het wetenschappelijk bureau van de SP feiten, concepten en analyses die kunnen helpen het publieke debat over ongelijkheid en machtsverdeling aan te scherpen.

    Op voorraad

    x
    SKU: VD034
    Category:

    Beschrijving

    Centraal in Klassenstrijd 2026 staat opnieuw de WWW: de WerkWaarderingsWaarde, een indicator die inzichtelijk maakt hoe de opbrengst van economische groei wordt verdeeld tussen arbeid en kapitaal (en waarover afgelopen jaar is gepubliceerd in economenblad Economisch Statistische Berichten). De analyse laat zien dat de waardering van werk structureel daalt. Nieuw in deze editie is de introductie van de Netto Vermogens Matrix (NVM), een maatstaf voor de concentratie en rol van grote vermogens die daadwerkelijk zeggenschap geven over onze economie. De NVM is nodig omdat vermogensvraagstukken in het publieke debat te vaak worden vertroebeld door het eigen woningbezit, terwijl dit type vermogen voor de meeste mensen nauwelijks economische zeggenschap of politieke invloed oplevert.

    Een belangrijk thematisch hoofdstuk is gewijd aan een analyse van Project 2025. Het rapport laat zien dat anti‑establishmentretoriek enorm belangrijk is voor het succes van de conservatieven, maar dat het klasse-aspect daarin lang niet altijd wordt begrepen. In hun retoriek sluiten deze politici zeer effectief aan bij reële ervaringen van werkenden. Zij kanaliseren de dagelijkse frustratie over een groeiende laag van managers en consultants, en regels vanuit de overheid. Steeds bemoeien anderen zich met het werk, en wordt vakmanschap en verantwoordelijkheid ondermijnd. Die ervaring van verlies aan autonomie is herkenbaar en breed gedeeld. Wanneer dit soort politieke stromingen vervolgens slechts moreel wordt veroordeeld, hoe terecht ook, ligt het risico op de loer dat deze aansluiting juist sterker wordt: opnieuw is er dan een externe autoriteit die uitlegt wat wel en niet gedacht of gezegd mag worden.

    Daarnaast bevat Klassenstrijd 2026 een uitgebreide bespreking van het Rapport‑Wennink en vergelijkbare verhalen in het politieke debat. Het rapport laat zien hoe hierbij gebruik wordt gemaakt van een economische analyse die zeer eenzijdig uitpakt. Het zijn altijd de belangen van investeerders die worden beschermd, terwijl de offers vooral bij werkenden en publieke voorzieningen worden neergelegd. De analyse laat zien dat hier geen sprake is van technische noodzaak, maar van politiek gemaakte keuzes, gebaseerd op opgeblazen economische angst. Wanneer vertegenwoordigers van de werkende klasse de analyse van Wennink en consorten niet ter discussie stellen maar juist meegaan in dit wereldbeeld, blijft men verdedigen wat er nog over is – in plaats van te strijden voor een andere economie.

    Tot slot bevat Klassenstrijd 2026 een uitgebreide analyse van de politieke ontwikkelingen rond de vermogensbelasting in de afgelopen jaren. Het rapport volgt hoe dit vraagstuk zowel in verkiezingstijd als in de periode rond het IBO‑rapport Ligt uit spot aan steeds opnieuw werd opgeschoven, afgezwakt of opnieuw geframed. Die analyse wordt verdiept met gesprekken met sociologen Joan C. Williams en Dan Evans, waarin centraal staat hoe economische onzekerheid wordt vertaald in een anti‑eliteverhaal, en hoe reële ervaringen van werkenden worden gebruikt om beleid dat hun materiële positie daadwerkelijk zou versterken te ondermijnen. Het gesprek met Fabian Dekker richt zich op de veranderende ervaring van werk en gezag, en op hoe gevoelens van verlies aan autonomie en erkenning onder werkenden samenhangen met bredere verschuivingen in klasse, organisatie en politiek vertrouwen.

    Gerelateerde producten